Toetsingskader nieuw opleidingsinstituut


Beschrijving

In 1998 zijn de verschillende opleidingsinstituten door de minister van VWS aangewezen. Dat gebeurde na toetsing van de instituten door het CONO. Inmiddels hebben de Kamers uitgebreide procedures en criteria voor vervolgvisitaties ontwikkeld om zo te kunnen toetsen of de opleidingsinstellingen nog steeds de opleiding uitvoeren zoals beschreven in de AMvB en verbeteringen uit voorgaande visitaties hebben gerealiseerd.

Het is te voorzien dat op enig moment nieuwe organisaties zich bij het ministerie van VWS aandienen met het verzoek te worden erkend als (nieuw) opleidingsinstituut. Een dergelijke aanvraag moet dan ordentelijk en langs transparante vooraf bekende procedures in behandeling genomen kunnen worden. Ook moet bekend zijn aan welke criteria de nieuwe instelling zal moeten voldoen, hetgeen door de betreffende kamer moet worden getoetst. Een dergelijk visitatieprotocol voor nieuwe opleidingsinstituten is niet beschikbaar. In samenspraak met de Kamers en het ministerie van VWS wil het CONO een procedure en visitatieprotocol ontwikkelen om eventuele aanvragen voor erkenning van nieuwe opleidingsinstituten in behandeling te kunnen nemen.
 

Activiteiten en verloop

·         Er is een werkgroep toetsingskader geïnstalleerd bestaande uit dr. M.H.M. de Wolf en drs. H. Thie (Kamer Psychotherapeut), prof.dr. T.K. Bouman en dr. E.H.M. Eurelings-Bontekoe (Kamer Gz-Psycholoog) en prof.dr. C.P.F. van der Staak (extern adviseur). Als ambtelijk projectleider en rapporteur is drs. Peter van Drunen aangesteld.

·         Op 5 oktober kwam de werkgroep voor het eerst bijeen en in november is het eindrapport gereed gekomen. Wat betreft het toetsingskader stelt de werkgroep dat in de eerste plaats voldaan moet worden aan de wettelijke eisen zoals geformuleerd in het Besluit Gezondheidszorgpsycholoog. Daarnaast moet gelet worden op de organisatie van de instellingen. Eisen zijn hier dat er sprake moet zijn van een samenwerkingsverband tussen een of meer universiteiten en praktijkinstellingen, en dat de participerende praktijkinstellingen een voldoende breed opleidingsveld vertegenwoordigen. Verder is het van belang dat de opleidingsinstellingen voldoen aan de nadere eisen die de Kamers hebben geformuleerd met betrekking tot de opleidingen. Tot slot pleit de Werkgroep voor een doelmatigheidstoets: de aanwijzing van een opleidingsinstelling moet niet lijden tot versnippering en niet ten koste gaan van de kwaliteit en doelmatigheid van het totale opleidingsaanbod.

·         Het rapport van de werkgroep is in de AB van het CONO van november gepresenteerd en besproken.
 

Documenten

Eindrapportage (volgt binnenkort)