Klik op het beroepenschema om te vergroten:

Het CONO heeft de beroepenstructuur vastgesteld voor beroepsbeoefenaren die werkzaam zijn op het gebied van de geestelijke gezondheid. De ordening heeft op hoofdlijnen een vaste vorm gekregen en wordt breed gedragen en toegepast binnen en buiten de professionele zorg op dit terrein. De ordening heeft de instemming van de Minister van VWS. DBC-onderhoud maakt ook gebruik van het beroepenschema.
In de beroepenstructuur worden zes erkende clusters van beroepen onderscheiden. Dit zijn de:
- verpleegkundige beroepen
- medische beroepen
- psychologische beroepen
- agogische beroepen
- vaktherapeutische beroepen
- psychotherapeutische beroepen
Voorts worden drie niveaus van gekwalificeerde beroeps- en functie-uitoefening in de geestelijke gezondheidszorg onderscheiden: het basisniveau van de beroepsuitoefening, het niveau van de functiedifferentiatie (profilering) en dat van de specialistische beroepsuitoefening.
- Basisniveau van de beroepsuitoefening: Het deskundigheidsniveau van een basisberoep in een CONO beroepencluster omvat de basiscompetenties om het betreffende beroep in de individuele gezondheidszorg te kunnen uitoefenen. Deze competenties zijn gezondheidszorgbreed en generalistisch van aard en geregeld in artikel 3 van de wet BIG (dan wel wordt regeling beoogd in artikel 34 Wet BIG).
- Profilering/Functiedifferentiatie: Het niveau van de GGZ-functiedifferentiatie is aanvullend op het generalistische basisberoep en betreft specifieke taken of profilering in de uitoefening van het basisberoep.
- Specialistische beroepsuitoefening: Het deskundigheidsniveau van de specialist omvat aanvullende specialistische deskundigheid op een erkend deelgebied van de beroepsuitoefening. De additionele competenties hebben een generalistisch karakter en worden geregeld in artikel 14 van de wet BIG.
Zie ook publicatie in Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 4|1999, 'Beroepen of functies; Het werkgeversperspectief' door P.J.M. Koopman.