Kwaliteit Opleidingen

 


De rapportage 'Kwaliteitskaders CONO-opleidingen' (december 2011) is inmiddels aangeboden aan het Ministerie van VWS. U kunt hier de rapportage downloaden.

Wilt u een hard-copy bestellen? Stuur dan een e-mail t.a.v. Lidwien Kruijswijk Jansen naar kwaliteit@conoggz.nl. De prijs per exemplaar is afhankelijk van de hoeveelheid aanvragen, maar zal tussen de 6 tot 10 euro per exemplaar liggen. 

Aanleiding

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verzocht het College voor Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg (CBOG) in 2007 kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen voor de zorgopleidingen met financiering uit het Opleidingsfonds. Het Ministerie hecht belang aan de verbetering van de kwaliteit van opleidingen in de zorgsector, waaronder de geestelijke gezondheidszorg. Er blijkt tevens behoefte te zijn aan  kwaliteitsgegevens over opleidingen die in overweging kunnen worden genomen bij de toewijzing van middelen uit het Opleidingsfonds. Het Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleidingen in de GGZ (CONO) wil in opdracht van het Ministerie a) de kwaliteit van opleidingen in kaart brengen en kwaliteitsverbetering stimuleren en b) adviseren over de manier waarop kwaliteitsgegevens ingebouwd kunnen worden in het verdeling- en toewijzingsproces van het Opleidingsfonds en c) gegevens over de kwaliteitsbeoordelingen van praktijkinstellingen verzamelen voor het toewijzingsvoorstel Opleidingsfonds.

 

CONO kiest ervoor deze opdracht (project kwaliteit opleidingen) zo compact als mogelijk en ook als een meerjarig traject neer te zetten met activiteiten in drie fasen:   

·                Een ontwikkelfase

·                Een implementatiefase

·                Een eindfase (behalen en gebruik van de resultaten in 2013).

 

Het project ‘kwaliteit opleidingen’ heeft een looptijd van 2011 t/m 2013. De fasen zijn volgtijdelijk en behoren bij elkaar om te kunnen komen tot de eindresultaten.

 

Ontwikkelfase 2011

Medio 2011 ging de ontwikkelfase van het project ‘kwaliteit opleidingen’ van start.  Gezien de doorlooptijd was het een uitdagende klus welke zonder de inzet van belanghebbenden partijen (stakeholders) niet had kunnen slagen. Draagvlak voor het project ‘kwaliteit opleidingen’ is in 2011 verkregen door belanghebbenden vroegtijdig in te schakelen (onder andere in werkgroepen) en mee te laten denken over de ontwikkeling. In 2011 zijn de volgende resultaten opgeleverd:

 

Deelproject 1a. Beschrijving huidige governance (toezichtstructuur)

 

Het CONO heeft een uitgebreid beschrijving gemaakt van de huidige toezichtstructuur. Hierin wordt een korte introductie gegeven over de opleidingen, instellingen, aantallen studenten etc. Tevens wordt aangegeven welke gremia verantwoordelijk zijn voor regelgeving en toezicht op de opleidingen, welke stakeholders vertegenwoordigd zijn en welke procedures de gremia gebruiken.  Tot slot wordt een analyse weergegeven over de aard van de regelgeving en het toezicht. 

 


Deelproject 1 b. Verbetering governance (toezichtstructuur)

De huidige toezichtstructuur wordt niet als transparant ervaren. In 2011 heeft het CONO een model ontwikkeld om de toezicht op de kwaliteit van opleidingen objectiever, onafhankelijker en transparanter te maken.  Het model voorziet in een scheiding tussen de regelgevende en toetsende partijen. In de praktijk betekent dit een wijziging in het systeem van erkenning en visitaties. Eind 2011 is een rapport opgesteld met advies voor een nieuwe toezichtstructuur. Indien het Ministerie van VWS het advies overneemt, dan kan in 2012 de wijziging in het huidige toezichtstructuur worden doorgevoerd en kan de implementatie van start gaan.


Deelproject I c. Kwaliteitskader en erkenningseisen voor praktijkinstellingen

Voor de opleidingen tot de BIG-beroepen van gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch (neuro)-psycholoog, en verpleegkundig-specialist GGZ is in 2011 een kwaliteitskader met erkenningeisen voor de praktijkinstellingen ontwikkeld. Het kwaliteitskader heeft als doel het meer uniform maken van de beoordeling (het systeem van erkenning en visitaties) van de kwaliteit van praktijkopleidinginstellingen. Tevens kan het kwaliteitskader bijdragen aan kwaliteitsverbetering van opleidingen door de aansluiting van interne en externe kwaliteitszorg.

Het kwaliteitskader beschrijft vier domeinen (instelling, kwaliteit, opleiding algemeen en opleidingsplaats). De domeinen bestaan uit rubrieken met concrete indicatoren. Aan de hand van het kwaliteitskader kan worden beoordeeld of een praktijkinstelling wel of niet voldoet aan basiskwaliteit (minimumeisen) of boven de basiskwaliteit uitstijgt. Het kwaliteitskader bevat nog geen indicatoren voor het aanwijzen van topinstellingen. Het CONO wil het ontwikkelde kwaliteitskader met erkenningseisen  in 2012 implementeren.

 


Deelproject 2. Verkenning kwaliteitsindicatoren en toewijzing middelen Opleidingsfonds

In 2011 is een notitie opgesteld met kwaliteitscriteria die een rol kunnen spelen bij de toewijzing van middelen uit het opleidingsfonds. De notitie doet een voorstel voor kwaliteitsbeoordeling in relatie tot toewijzing van middelen. Het voorstel geeft inzicht in de wijze waarop kwaliteitscriteria kunnen worden ingebouwd in de verdelingsregel van het opleidingsfonds en wat de draagvlak in het veld is hiervoor. Het daadwerkelijk verkrijgen van draagvlak dient nog te worden uitgevoerd in 2012.   

 


Implementatiefase 2012

Het CONO is van mening dat er al veel geïnvesteerd is in het project ‘kwaliteit opleidingen’. Het project is op de goede weg  wat betreft de ontwikkelfase. Om de vruchten te kunnen plukken van de hierboven beschreven ontwikkelingsresultaten wil het CONO deze in 2012 implementeren.

 

De doelstelling van het project ‘kwaliteit opleidingen’ is in 2012: Het implementeren van het kwaliteitskader (inclusief erkenningseisen) en de nieuwe toezichtstructuur en het verwerven van draagvlak voor de inbouw van kwaliteitsbeoordeling in de toewijzing van middelen uit het opleidingsfonds.